Meters maken
Van de zeven vachtjes zijn er nu drie gekaard. Ik dacht het met 1x kaarden wel te redden maar om makkelijk te kunnen spinnen blijkt 2-3 keer kaarden wel heel fijn. Meer werk, maar de wolvezels liggen daaarna mooi evenwijdig, en bijna alle kleine strootjes en vuiltjes zijn er dan uit. Wat overblijft is een mooie wollige luchtige batch, klaar om te spinnen.
Ook met deze handeling verdwijnt er weer wol in de vuilnisbak: kort geknipte stukjes, de zogenaamde dubbele sneden of "short cuts".
Short cuts: Wanneer een wolscheerder met het scheerapparaat over de huid van het schaap gaat, wordt de wol in het mooiste geval en bij een ervaren scheerder, in één vloeiende beweging strak op de huid afgeschoren. Als de scheerder echter een stukje overslaat of de tondeuse niet dicht genoeg op de huid houdt, ontstaat er een oneffenheid. Gaat de scheerder er vervolgens nóg een keer overheen met zijn tondeuze om het glad te maken, dan vallen er kleine afgeknipte stukjes wol in de afgeschoren vacht.
Je kan die stukjes soms heel goed zien, dan is het makkelijk eruit halen maar er zijn ook stukjes die niet veel groter zijn dan een halve doperwt. Die vallen pas op als je gaat kaarden.
Je verliest ca. 30% van de wol bij het uitsorteren van de vieze stukken bij poten en de borst. Daarna bij het wassen verdwijnt er ook nog eens 15% (vetten, zand en stof) en bij het kaarden heb je ook nog wel 10 % wat je weg doet. Je ziet, grofweg de helft van een schapenvacht verdwijnt in de vuilnisbak.
Na twee keer kaarden zie je nog wat plukjes en rommeltjes. Dus gaat zo'n batch nog een keer door de kaardenmolen. Het spint daarna gewoon heel fijn, dan hoef je bijna niet te stoppen om er nog wat tussenuit te plukken.
En als dat allemaal gedaan is, kan het spinnen beginnen!
Ik spin vrij dun (dus gaat er lekker veel op één klos) en in een uur spin ik gemiddeld 100 meter. Dat is enkeldraads, daar kan ik nog niet mee breien Dat moet nog getwijnt worden om een sterke draad te krijgen. Dus moet ik het dubbele aan lengte spinnen om straks te kunnen breien.
Ik spin het driedubbele aan lengte, omdat ik de draad Navajo ga twijnen (drie draden) hierdoor heb ik straks een sterk, rond garen om te breien. Van dit bijna zwarte vachtje wil ik een muts breien voor de schapenhouder die de moeite nam om de zeven vachtjes apart te houden en het honderd traptreden naar boven te sjouwen naar ons hekje. In de winter is het in de bergen best fris en zie ik hem vaak lopen met een muts op. Dat gaat vast van pas komen.
Na het spinnen en het Navajotwijnen gaat het garen even in een handwarm badje met een klein beetje zeep om de spanning uit het garen te halen. De eerste 100 meter hangt nu buiten met een gewichtje eraan te drogen. Ondertussen ben ik alweer verder aan het spinnen, want uit 100 meter haal je geen muts!
Best veel werk voordat je een bolletje wol hebt. Maar het is puur natuur, uit eigen streek en heel duurzaam!
Superleuk dat je mijn blog leest!
Heb je genoten van dit artikel? Ik deel mijn verhalen en tips met ontzettend veel liefde en plezier met je. Met een klein, virtueel kopje koffie steun je deze blog enorm. Zo help je mij om gratis fijne inspiratie te blijven maken. Klik op de knop hieronder en drink eentje met me mee!





Wat heb je het druk, met je kaarten en hiermee. Wel allemaal erg leuk!
BeantwoordenVerwijderenKnap dat je weet wat je allemaal moet doen en ook hòe dat moet... Ja, op deze manier zijn die bolletjes echt helemaal van jou... Wat lief dat de schapenhouder een mooie gebreide muts van jou krijgt!
BeantwoordenVerwijderen